Aimée Crince le Roy

Schilderen als levenslange passie

“Nee, ik ben niet getrouwd, gelukkig maar, anders had ik mijn kunst niet kunnen maken.” Zo, die zit, mevrouw Aimée Crince le Roy ten voeten uit.Tachtig jaar, lopen gaat niet meer zo best, maar op haar mondje gevallen is deze in Nederlands-Indië geboren dame allerminst. Ze heeft iets weg van Anneke Grönloh. “Van mij is een portret gauw gemaakt: een gezicht als een aardappel, twee houtskoollijntjes voor de ogen en een stopcontact als neus. Met een schééf kapsel, ik ben door mijn artrose toch al scheef.”

Locatie: een behaaglijk parterre-appartement in de Riouwstraat. Koffie met gebak. Aan de wand veel eigen werk. We zijn bij Aimée op bezoek vanwege die acht kruisjes, maar toch vooral vanwege de verkooptentoonstelling van haar werk in de Haagse Kunstkring en de uitgave van een boek met een overzicht van haar oeuvre. “Als kind van zeven schilderde ik al. Ik werd door mijn ouders op de academie gezet, hoewel ik eigenlijk stewardess wilde worden.” Uiteindelijk ging ze het onderwijs in: tekenlerares op een huishoudschool, 35 jaar lang. Ook heeft ze nog les gegeven aan de avondopleiding van haar eigen (Koninklijke) academie. “Op één dag maakte ik soms wel elf uur.”

We bladeren door ‘haar’ boek. Als kunstenares weet ze menig register open te trekken. Houtsnedes, etsen, litho’s, schilderijen, computertekeningen – ze laat prachtige voorbeelden zien. Haar grote liefde is de houtsnede. Plus de kappazuri, een techniek die zelfs tekenaar Jean onbekend is. Aimée: “Het is een Japanse druktechniek. Die leerde ik kennen tijdens mijn lessen Japans. Ik was daar overigens de oudste leerling. En ook de stomste.”

Ze heeft nog even gewoond in het Benoordenhout, maar natuurlijk is de Archipel haar wijk. Vele jaren bewoonde ze een etagewoning in de Borneostraat totdat trap-op-trap-af haar teveel werd en ze haar huidige flat betrok. “Bij het pensioenfonds vertrouwden ze om de een of andere reden mijn verhuizing niet. Dachten dat ik met een man was gaan samenwonen of zo. Ik heb ze laten weten dat ik van vier naar drie kamers was gegaan, dat er echt geen hond meer bij kon, laat staan een man. Nooit meer iets van gehoord.”

Aimée Crince le Roy (“er stroomt Frans bloed door mijn aderen, van de Hugenoten”) mag dan single zijn, vrienden genoeg. En sommigen gaan al een leven lang mee. Neem Wim. “We kennen elkaar van de academie. We hebben samen veel geëxposeerd. Hij maakt hele mooie paper dolls.” Of neem Henny. Marinier tijdens de politionele acties, emigreerde naar Australië, kwam terug en is nu alweer vele jaren haar steun en toeverlaat. “Hij heeft mij geleerd dat je met de computer kunst kunt maken.” In de buurt heeft ze vele leuke contacten. “Ik heb overal mijn steunpunten. Winkeliers die gauw een stoel of een krukje aanschuiven als ik er aan kom. Om op adem te komen. Artrose hè.” We richten ons weer even op het boek. Wat treft is de gevarieerdheid van haar werk. U moet het maar eens met eigen ogen gaan bekijken. In de Haagse Kunstkring aan de Denneweg ligt een exemplaar van het boek Aimée ter inzage.

Met dank aan de redactie van de Wijkkrant oktober 2008
Herman Blokpoel & Jean Cloos

In memoriam
Dit interview is gemaakt voor de wijkkrant. Kort na dit interview is mevrouw Aimée Crince le Roy volkomen onverwacht op 29 september overleden. Onze deelneming gaat uit naar haar familie en vrienden. We zullen ons Aimée blijven herinneren als een originele persoonlijkheid en een bijzonder hartelijke buurtgenote.