Gezicht achter de voordeur: Annelies Bauer

buurtbewoner èn werknemer ‘Achtentwintig jaar heb ik op dit postkantoor (red.: Nassauplein) gewerkt! Toen ik 33 jaar geleden in dienst kwam was het nog bij de PTT, later werd dat Postkantoren BV. In de tijd dat ik begon kreeg je een serieuze opleiding hoor en het was helemaal niet gezegd dat ik hier terecht zou komen.

Maar al vrij snel kwam er een plekje vrij en dat was natuurlijk wel heel fijn, omdat ik in de Billitonstraat woon, en altijd heb gewoond! Ik ben nog een paar jaar manager in de Stevinstraat geweest, maar toen ik in deeltijd ging werken ben ik hier gewoon weer terug gekomen.
Gewoon, ja. Ik ben hier opgegroeid. Mijn vader had een garage, die loopt onder en achter drie huizen door. Die is er nog steeds, al is hij niet echt meer in bedrijf. Wij (mijn broer en ik) gebruiken hem voor onze hobby: oude klassieke auto’s. Toen mijn vader begon met dit bedrijf repareerde hij niet alleen auto’s maar hij stalde ze ook! Dat kun je je nu haast niet meer voorstellen, maar hij haalde ’s avonds de auto’s bij mensen uit de buurt op om ze hier te stallen en ’s ochtends bracht hij ze weer terug. Hij was vanwege zijn werk ook helemaal een onderdeel van de buurt, net als ik bij het postkantoor.

mooie herinneringen Het is zo onwezenlijk dat daar nu een eind aan komt. Niet alleen voor mij persoonlijk maar ook voor de buurt. Hoe vaak kwamen er niet mensen bij ons die ten einde raad waren, ex-pats bijvoorbeeld die geen idee hadden hoe ze hun zaakjes hier moesten regelen. De ambassadeur van Kongo herinner ik me, die wist niet hoe hij geld moest overschrijven. Wie gaat die mensen nu helpen? Of mensen de weg wijzen, zoals die drie Spaanse meisjes, die op zoek waren naar een jongen die ze via Internet hadden leren kennen. Ze wisten werkelijk niks. Wij hebben zijn adres kunnen achterhalen en hem opgebeld en de meisjes daarheen gedirigeerd, na ze een strippenkaart voor de tram te hebben verkocht.
Zo zijn er zoveel herinneringen en bijna allemaal leuke. Boeiende mensen die we hebben kunnen helpen en interessante projecten, zoals de invoering van de Euro. Alleen de verbouwing, waarbij wij in zo’n cabine moesten werken, dat vond ik minder. Ik vertrouwde het gewoon niet en terecht, dat bleek wel bij die nog maar net verijdelde overval.

geen wrok Ja, binnenkort is dat dus allemaal over. Voor de jongeren maakt het misschien niet zoveel uit. Die redden zich wel met Internet en dergelijke. En omdat er steeds meer mensen zijn die daar gebruik van maken verdwijnt langzaamaan de behoefte aan zoiets als een postkantoor, dat begrijp ik wel. Maar de buurt raakt daardoor wel een centrale functie kwijt, vrees ik. Nee, een wrok heb ik niet. Postkantoren BV heeft het heel netjes gedaan, in overleg met de bonden een afvloeiingsregeling getroffen. Je kunt zeg maar kiezen voor een afkoopsom of begeleiding bij het zoeken naar ander werk. Ik ga waarschijnlijk voor het laatste kiezen. We hebben ook nog een soort van afscheidsfeestje met de collega’s en oud-collega’s. Er zijn de laatste tijd nogal wat mensen vertrokken omdat ze wisten wat er ging komen. Een beetje treurig is het wel, maar ik koester de fijne herinneringen, dat lijkt me beter.’

Frits Hoorweg, gesprek met Annelies B, september 2011

(uit de wijkkrant van A&W, september 2011)