De poppen van Wim en Annie Cuhfus

Een gezellige flat in Het Schakelpunt; kleed over de bank, zitje voor het raam en overal poppen, schilderijtjes en handgemaakte snuisterijen. ‘Wij hebben geen televisie’, zegt Wim Cuhfus, ‘nog steeds niet en nooit gehad. Dus wij hebben tijd voor die dingen’.

Wim en Annie Cuhfus hebben jarenlang een poppentheater gehad. Ze traden op in ’tKlokhuis, op scholen, in de bibliotheek aan de Sophialaan. Hun kinderen speelden met een klein poppenkastje in de buurt op kinderfeestjes.
Wim heeft een grijs baardje en steil naar vorengekamd haar. Als een kabouter.
‘Toen onze oudste dochter 4 of 5 jaar was, heb ik een pop gemaakt van een afwasborstel, een aardappel, zakdoekje erover. Zaten we achter de bank, de kinderen ervoor.’

De oudste pop hangt aan de muur. Harlekijn. Wim had gezegd: ‘Heb je een lapje?’ Annie pakte een stukje van een directoire, een stukje schapenwol en ze maakten een pop. Wim maakte er touwtjes aan. Hun dochtertje Ineke zei: ‘Mam, toen die ging lopen moest ik bijna huilen.’
Wim pakt de Harlekijn van de muur. De pop kijkt sip. ‘Dat komt’ legt Wim uit ‘hij woonde in een bos met bloemen, toen kwamen er blikken robots op de muziek van de Dance Macabre en die vertrapten de bloemen. Er werden flats neergezet. De pop loopt daar maar bedroefd heen en weer, op het laatst valt hij neer en dan vallen er witte sjaals naar beneden, op de laatste tonen van de muziek. Het was een milieustuk. Dat hebben we vaak gespeeld.’

Er is een Vereniging van Poppenspelers. Wim is daar een tijd penningmeester van geweest: ‘Binnenkort komen we weer bij elkaar in Schoorl. Frank Kooman, Feike Bosma, Felicia van Deth, Koos Wieman, die namen ken je toch wel? Dan wordt er ook gespeeld.’
In 2000 zijn Annie en Wim gestopt, nadat Wim een hartinfarct had gehad. ‘Het theater en de verlichting zijn weg, die staan in ons huisje in Dedemsvaart; hier heb ik alleen nog wat poppen.We doen nog wel eens een demonstratie, er staat nog van alles in het rommelhok.’
‘Je hebt net nog gespeeld. Met de Harlekijn.’ zegt Annie. ‘En met het trouwen van onze dochter.’

Wim en Annie ontmoetten elkaar voor de oorlog, bij de zwemvereniging. Wims vader was zwemleraar, Wim ging assisteren met de hengel, bij de jongeren. Annie kwam leren zwemmen. ‘Ze zei meneer Cuhfus tegen me. Ik was 20, zij 15. Ze werd vriendin met mijn zuster en kwam bij ons thuis. Als je dat dan 18 ziet worden….ja…!’
Toen de jongens tijdens de oorlog naar Duitsland moesten, heeft Wim eerst een tijd onder de grond gezeten en is in januari 1945 vanwege de honger naar Dedemsvaart getrokken. Hij vond werk als boerenknecht. ‘Ik heb leren turfgraven, aardappels poten, een paard mennen. En we hebben altijd contact gehouden met de boer en zijn kinderen.’

In 1946 zijn Wim en Annie getrouwd, met de tram naar het stadhuis aan de Javastraat; daarna naar de fotograaf en op weg naar de Grote Kerk een kopje koffie bij Het Goude Hoofd. Gebak kon je in die tijd apart kopen bij een karretje dat langskwam, maar dat karretje kwam niet op tijd, dus dat gebak schoot er bij in. We hadden één fles Ranja voor de gasten.
Op onze 60-jarige bruiloft hebben we alsnog gebak gegeten in Het Goude Hoofd, we kregen het nu zelfs aangeboden. Die dag kregen we ook felicitaties van de burgemeester en de Commissaris van de Koningin en van de Koningin. Over 10 jaar komt de burgemeester zelf.

We woonden in een hofje aan het Westeinde toen we via een woningruil een bovenhuis kregen in de Sumatrastraat. In 1954. Hoog. Vijf trappen, 40 treden. Tegenover de grafstenenzaak van Jehee. Naast de bakkerij van Hus.
De buurvrouw, de vrouw van de fietsenmaker, kwam meteen kennismaken. Ze zei: ‘Wilt u wel zachtjes doen, want ik slaap ’s middags!’ Later zijn we de beste vrienden geworden. ’s Nachts werd er brood gebakken, dat was een hoop herrie, die bakblikken, die platen… en ’s morgens vroeg stond de hele straat vol met broodkarren, die het brood kwamen ophalen om de wijken in te gaan. Er staat nu een flat op de plaats van de Husbakkerij. In het poortje woonde Tante Leen, die had een water- en vuurstokerij, daar kon je heet water krijgen voor je was en je kon bij haar snoep kopen. In het Alexanderhofje woonde Co Westerik, die was toen nog heel arm. Hij betaalde de aannemer met tekeningen. Hij had een gezin, onze kinderen speelden met elkaar. Er woonde ook een lilliputter met een klein fietsje, die schilderde ook. En de scharensliep kwam aan de deur. De buurvrouw gaf hem een keer een kartelschaar, hij had gezegd dat hij die wel kon slijpen. Hij gaf hem terug met touw eromheen. Ze mocht hem het eerste uur niet uitpakken, want de schaar moest ‘zetten’. Toen ze hem na een uur uitpakte viel de schaar uit elkaar. Daar hebben we erg om gelachen.

Elly is in de Sumatrastraat geboren. Ineke was er al. In ’49 hebben we een zoontje gekregen, hij heeft maar een paar uur geleefd. Wim heeft het kindje begraven, samen met zijn schoonvader. Op de Kerkhoflaan was een heel stukje waar geen steentjes liggen.
Wim was elektrotechnicus bij de PTT. ‘Als compensatie deed ik de poppen erbij. Alles wat je aan cultureels in je hebt, kun je daarin kwijt. Ik heb mijn eigen naaimachine.
We hadden ook een muziekgroepje.’ Annie speelde yukelele en mandoline, Wim gitaar.
‘We traden op, op bruiloften en partijen. Kampliedjes, Indische liedjes, marsen, Hawaiaanse muziek. ‘De Schavuitjes ‘ heetten we.’

Wim had een socialistische opvoeding gehad, ‘de kerk bestond niet bij ons’, en Annie was gereformeerd opgevoed. ‘Wij hadden een boekje over ‘Verleidende Geesten’: de Soefi, Vrije School, Theosofie, allemaal gevaarlijk.’ zegt Annie. Ineke ging naar de gereformeerde kleuterschool in de Curaçaostraat en kwam een keer thuis: ‘Mam, ben ik gedoopt? Nee? Dan kom ik in de hel. En jij ook!!’ Ze was dagen van slag, kon niet meer slapen. Wij hebben toen de kinderen naar de Vrije School gedaan.
Later speelde Wim het poppentheater vaak met zijn dochters, vooral met Ineke, de oudste.
‘We verzonnen soms in de auto onderweg een nieuw stuk en dan speelden we dat samen. We speelden voor niets, totdat de professionals zeiden: ‘de amateurs stoten ons het brood uit de mond’. Toen vroegen we geld en daar kochten we dan weer spullen voor, of een transistor. Op de Vrije School hebben we het Kerstspel gespeeld, met een kribbetje met een minuscuul lampje erin. Ineke heeft daar zelf muziek bij gemaakt, voor dwarsfluit en gitaar.
Ineke is later naar de Pabo gegaan en doet veel met muziek. Elly ging naar het conservatorium en doet nu kunstzinnige projecten in het basisonderwijs.

In Dedemsvaart hebben we 30 jaar geleden een boerenhuisje gekocht. Daar hebben we ook gespeeld voor de kinderen uit de buurt. De kinderen in de bedstee, wij ervoor, achter een gordijn. Een emmer in de bedstee voor als er een kind moest plassen. Als het afgelopen was, was de emmer vol. Waren die kinderen muisstil om de beurt op die emmer geweest.
We zijn daar veel in de zomer. We hebben er cursussen gegeven voor volwassenen: figuurzagen, poppen maken, kabouters maken, meubeltjes van afvalhout. Wim laat een kabouterhuisje zien, van een berkenstammetje met een dakje, een trapje en een hekje er voor. ‘Die heb ik voor Annie gemaakt!’ Annie maakt dieren van ruwe schapenwol, zwaantjes, schaapjes, een hele kerststal.
‘Kijk! Daar heb je tijd voor als je geen televisie hebt!’

MJH, oktober 2006