Vogelhuis gekraakt

Dertig jaar geleden is het vogelhuisje getimmerd door de echtgenoot van Marianne van Drunen, in de Atjehstraat. Een bordje TE HUUR, had hij er voor de gein nog op gespijkerd, want de vogels bleven weg. Na een paar jaar overleed hij. Het huisje lijkt goed te hangen, uit de zon, onder een afdak, hoog, maar bij vogels was het al die jaren niet in trek. Slechts twee keer in die dertig jaar is het simpele, maar schattig bouwsel gebruikt als nest door meesjes.
Hij had zich rot gelachen als hij had meegemaakt dat het nu wel is bewoond, hoewel illegaal gekraakt. Marianne was verbaasd toen ze er opeens geluid uit hoorde komen. Gezoem, wel te verstaan. Misschien waren het wel bijen? De buurman adviseerde het nest weg te spuiten, gelukkig heeft ze daar niet naar geluisterd, bijen en hommels zijn immers beschermd en zeer nuttig en niet gevaarlijk. “Ik houd van dieren. Ik heb kippen en zelfs een haan. Al veertig jaar. Ik ga niet spuiten”, zegt ze resoluut.

“Een hele wolk hing voor de ingang, ze zaten te dringen! Maar het duurt lang voordat ze naar binnen gaan, eerst vliegen ze in bochtjes en doen ze alsof, en dan opeens zie je ze niet meer.”
Het blijkt een kolonie boomhommels (Bombus hypnorum) die de nestkast van wijlen de heer Van Drunen bewoont. Boomhommels staan erom bekend nestkasten te ‘kraken’. Ze wilden niet echt poseren voor de foto, dus meerdere fotosessies waren nodig.
De boomhommel is gemakkelijk te herkennen aan het roodbruine borststuk en de witte achterlijfspunt. Sommige werksters hebben een donkerder gekleurd borststuk maar altijd een wit kontje.
Mannetjes verschijnen eind mei, begin juni en hebben min of meer hetzelfde kleurpatroon, maar kunnen op het voorstuk van het achterlijf ook oranje-bruin gekleurd zijn. De koningin paart met meerdere mannetjes (polyandrie). De soort komt in Nederland algemeen voor, zowel in stedelijk als landelijk gebied, nestelt graag in holle bomen en … in vogelnestkastjes, zo blijkt op internet. Bij verstoring van de nesten zijn ze eerder geneigd om te steken dan andere hommels.

Een volgroeide kolonie boomhommels bestaat uit zo’n 80 tot 400 werksters. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van midden februari tot eind april, de werksters van begin april tot midden augustus en de jonge koninginnen en mannetjes van eind mei tot eind augustus. De mannetjes blijven net zo lang voor de nestopening rondvliegen totdat er een jonge koningin naar buiten komt, waarna direct paring plaatsvindt.
Bij warm weer zorgen de hommels in de nestkastopening voor ventilatie door de vleugels snel te bewegen. Dat geluid heeft Marianne in de warme dagen van eind juni gehoord en op de bewoning attent gemaakt.

Isabelle Hylkema