Observaties (1/tm8) van Frits Hoorweg

8. Voetballen verboden

Stel je een jonge archeoloog voor die de verlaten resten van onze stad onderzoekt. Hij beschikt niet over geschreven bronnen en moet het doen met wat hij ziet. Wat zal hij denken van al die bordjes met de tekst ‘verboden te voetballen’? (Laten wij er maar vanuit gaan dat hij de tekst wel begrijpt.)
De logische conclusie lijkt dat hier een volk heeft gewoond dat sport en spel verafschuwde. Elders in de stad heeft hij echter sporen aangetroffen die eerder duiden op het tegendeel. Hier moet dus sprake zijn geweest van een haatliefde verhouding!
In zijn proefschrift zal bijzondere aandacht worden besteed aan het hiernaast afgebeelde bord. Het hangt aan de gevel van Couperusduin. In wetenschappelijke kringen zal nog lang worden gediscussieerd over de betekenis van de haakjes aan weerszijden van ‘voet’.
Frits Hoorweg, 3 mei 2012

7. Burenleed

Ergert u zich wel eens aan de buren? En hoort u zichzelf dan zinnen uitspreken als: ‘Ach, ze hebben af en toe een feestje, maar joh, we zijn toch allemaal jong geweest.’ Pas op! Misschien wordt het dan tijd ‘De Buurman’ van J.J. Voskuil aan te schaffen. Dat boek laat zien hoe kleine irritaties tot een knallende ruzie kunnen uitgroeien. Het echtpaar dat we kennen uit eerder werk van de schrijver: Maarten en Nicolien, probeert een vriendschappelijke relatie te onderhouden met de buren: twee mannen. Dat gaat een tijdlang goed maar dan ontspoort de boel. Vooral Nicolien kan dat slecht verdragen. Zij wil zó graag op goede voet staan met deze buren omdat het homo’s zijn, per definitie slachtoffers in haar ogen. Een wel heel bijzondere vorm van vooringenomenheid, die misschien de diepere reden is dat het misgaat. Een leerzaam boek, iets voor een cursus ‘goed nabuurschap’.
Frits Hoorweg, 16 april 2012

 

6 – Larus Ridibundus

Tegen het voorjaar kun je natuurlijk geen bezwaar hebben. Toch spijt het mij wel dat een dierbare wintergast nu weer uit onze stadsvijver vertrokken is: de kapmeeuw. Wat een vrolijk beestje lijkt het, altijd gezellig in de weer met zijn soortgenoten. Vanwege die vrolijkheid noemen de Duitsers hem: Lachmöwe en de Fransen: mouette rieuse. Waarschijnlijk bestaat die vrolijkheid alleen in onze verbeelding. Zo’n beestje doet niet anders dan de wetten van de natuur uitvoeren. Overigens is die kap er in de winter niet, dan blijft slechts een zwarte punt over, achter het oog. De ‘kap’ komt opzetten in het vroege voorjaar, als de dure plicht van de paring roept, bij dieren die drie jaar en ouder zijn. Nestelen doen ze in grote kolonies op heel veel plekken in ons land, maar helaas niet in het gras naast onze vijver.
Veel van de hier opgediste wijsheid is afkomstig uit een oud boek van Bert Garthoff: ‘Vogel van de week’, Ploegsma 1971.
Frits Hoorweg 26-3-2012

5 – De macht van het woord

Het p-woord deed ineens de ronde: pyromaan. Aanleiding was een afgebrande schuur in de Atjehstraat. Op deze website werden de verspreiders van dat woord bestraffend ‘toegesproken’ door Roy van der Heijden (zie bij ‘Politie’): er was geen enkele aanwijzing voor brandstichting. Maar ja, het incident werd natuurlijk in verband gebracht met enkele andere uit een recent verleden. Vast staat dat daarbij wel sprake was van brandstichting. Ook in dat verband wil de politie het p-woord echter niet horen en geeft de voorkeur aan het k-woord: kwajongenswerk; waarschijnlijk het resultaat van doorgeschoten meligheid aan het eind van een avondje stappen. Laten we het hopen, maar helemaal overtuigd ben ik niet. Wie heeft er aan het eind van een avondje stappen nog behoefte aan zoiets verhevens als een fik in een zonnescherm?
Frits Hoorweg, 15 maart 2012

4 – Zolang het duurt
Iedereen is opgetogen over de herinrichting van het Nassauplein. Ik ook, laat daar geen misverstand over ontstaan, maar sta mij toe toch even te zeuren. Want waardoor was deze ingrijpende opknapbeurt noodzakelijk geworden? Juist, doordat er jarenlang nauwelijks onderhoud had plaatsgevonden. De gemeente had de boel totaal laten verloederen. Op het gemeentehuis zit vast een knappe kop die mij kan uitleggen dat de gekozen aanpak (minimaal onderhoud en één keer in de x jaar een grote opknapbeurt) op de lange duur voordeliger is. Het zal wel, maar vraag mij niet het leuk te vinden. Een nieuwe cyclus staat op het punt te beginnen. Geniet van het mooie, nieuw ingerichte plein, zolang het duurt.Frits Hoorweg, 29 februari 2012

3 – Sneeuwpret: les 1
IJs en sneeuw hebben van het Burgemeester de Monchyplein een grote speeltuin gemaakt. Op de bevroren vijver wordt druk geschaatst. De opgeschoten jeugd heeft de baan geveegd en houdt haar ook schoon. Het besneeuwde talud rondom de vijver dient als glijbaan voor de kleintjes. Vaders en moeders, maar vooral opa’s en oma’s, zetten de peuters op een sleetje, waarna de één voor de afduw zorgt en de ander voor de opvang beneden. Dolle pret, maar soms gaat het mis, de slee raakt uit koers en slaat om. Wijze verzorgers helpen het kind rustig, zonder veel misbaar, overeind. Geforceerd lachen, om aan te geven dat vallen erbij hoort, heeft meestal een averechts effect. Wat je beter ook niet kunt doen is: overhaast naar de plek des onheils rennen en daarbij zelf ten val komen. Hoe ouder je bent hoe harder je valt.
Frits Hoorweg, 11 februari 2012

2 – Alleen de straatnamen blijven
Op de hoek van de Billitonstraat en de Borneostraat is een uitdragerij. Zo noemde men zo’n enigszins chaotische winkel vroeger en waarom zouden wij daar niet mee doorgaan? Een naam heeft deze uitdragerij niet, althans niet herkenbaar. Aan alles is te zien dat hier de inventaris is beland van een buurtgenoot die overleden is. Het huis is door de kinderen ontruimd. Je ziet het voor je: ‘Wie heeft hier belangstelling voor? Niemand; weg ermee!’ In een bak ligt een serie boeken over bestuursrecht in Nederlands Indië (uitgeverij Brill te Leiden, die bestaat nog altijd). Vader is daar waarschijnlijk bestuursambtenaar geweest. Na zijn overlijden, nu al weer jaren geleden, kon moeder het niet over haar hart krijgen die boeken weg te doen. Jarenlang hebben ze stof liggen verzamelen op zolder. Nu heeft niemand er nog belangstelling voor. Zo vervaagt de herinnering aan de koloniën, alleen de straatnamen blijven: Billiton, Borneo.
Frits Hoorweg, 1 februari 2012

1 – Aan de wandel
De Kerkstraat, kwart over negen ’s ochtends. Drie mannen staan naar de bodem van een gat in de grond te turen; zo te zien hebben ze het zelf gegraven. ‘Wedden dat die daar het riool is’, zegt de oudste, terwijl hij naar iets wijst. De anderen geven geen kik.
Toevallig weet ik dat er een centraal register is van leidingen en kabels. Zal ik ze dat vertellen? Nee, toch maar niet, want ik weet ook dat het register nog niet compleet is en dat leidingen en kabels bovendien nog wel eens ‘aan de wandel’ gaan. Trouwens: waarschijnlijk willen ze het helemaal niet weten.
Mooie uitdrukking wel: ‘aan de wandel’. Laat ik dat ook maar gaan doen.
Frits Hoorweg, 18 januari 2012