Ontstaan van de wijk

Een wandeling met Frans Beekman De zon schijnt en de speeltuin is vol met spelende kinderen en moeders als we beginnen te lopen.
Frans Beekman is historisch-geograaf. Hij spreidt een landkaart uit op de grond in het bos en laat zien dat het kustgebied vroeger een smalle strook zand was met daarachter veen en klei uit de Maas. Vanuit de zee groeide de kust aanvankelijk aan met zand en zo ontstonden de strandwallen, die nu nog onder de duinen en de stad liggen. Ooit was de kust bij Ypenburg.
Rijswijk en Voorburg liggen op zo’n strandwal.
Aanvankelijk groeide de kust dus aan en later begon ze weer af te kalven. Het weggeslagen zand waaide landinwaarts en vormde de jonge duinen, voor en over de oude duinen.
Het Scheveningse Bos was jong duin: een golvend landschap, wild, met konijnen, bijen, bramen en allerlei eetbaars.

In de 17e eeuw was Den Haag een klein dorpje. Het hield op bij de Mauritskade. Daar begon het duingebied. In de duinweiden lieten de mensen koeien grazen. Waar nu het Indisch Huis staat aan de Javastraat, tegenover de Zeestraat, stond in die tijd de herberg Schuddebeurs, in zo’n duinweide. En een eindje verderop waar nu de Joodse Begraafplaats ligt, kun je nog zien hoe zo’n duinweide eruitzag. In de tijd van de Inquisitie kwamen hier joden uit Duitsland en uit Spanje. Zij kochten de weide om er een begraafplaats te maken. Je had de Duitse joden, die waren arm en de Spaans-Portugese joden, dat waren rijke kooplieden; op de begraafplaats liggen ze gescheiden begraven.

De oost-west wegen in de stad liggen op de strandwallen, zoals de Laan van Meerdervoort. Daar was de grond stevig, zodat je er direct kon bouwen. De Mauritskade ligt niet op een strandwal, die loopt door een lagere strandvlakte. Vanaf daar tot aan de jonge duinen lag een enorm gebied met duinweides. Die waren rond 1800 in het bezit van boeren.
De boeren voerden gemengde bedrijfjes. De weiden werden begraasd door koeien en paarden. Paarden kon je verhuren en van de koeien kreeg je melk. Met de mest maakten ze de tuinbouwgrond vruchtbaar. Om de grond te kunnen bebouwen met groenten voor de stad werd het zand afgegraven tot een halve meter boven het grondwater. Het zand kon men verkopen voor straataanleg. Het zand werd met platbodems afgevoerd via zijtakken van de Haagse Beek. Het verlengen van de vaarten en het afgraven van zand ging gelijk op. Dat afgraven noemden ze afzanden. Op de afgezande stukken werden tuinen aangelegd. De Bankastraat werd naar beneden toe afgezand.
In het hele gebied rondom de Bankastraat en de Frederikstraat was toen tuinbouw. Het Cantaloupenburg heeft er zijn naam aan overgehouden, een cantaloup is een soort meloen. Rond 1850 was de Riouwstraat nog tuingebied.

Vanaf de 19e eeuw hadden we een koning. Koning Willem I en koning Willem II kochten de duinweiden van de boeren op en maakten er jachtgebied van. Er kwamen paleisjes op het Noordeinde, de Kneuterdijk en het Lange Voorhout. Er moet een conflict geweest zijn, want daarna komt ergens een grenspaal, die de grens aangeeft tussen het staatsgebied of domein en het jachtgebied van de koning. We lopen nu langs de Kerkhoflaan. Langs het fietspad staat een stenen grenspaaltje met de inscriptie ‘privatieve jagt van de koning’. Aan de andere kant van de paal staat ‘domeinen’. De koning mocht jagen tot die paal. Later verkochten de Oranjes dat land voor stadsuitbreiding en daar zijn ze zo rijk van geworden.
Waar nu het Prinsenvinkenpark ligt, lag een vinkenbaan. Het was een plek in het duin, waar ze netten spanden, die je kon laten omklappen. Vinken en leeuweriken, op weg naar het zuiden, streken daar neer en dan klapten ze het net dicht. Zo vingen ze wel 200 vogeltjes op een dag. Die werden gegeten, het was een delicatesse, voor bij de borrel.

De koning bouwde een manege bij Plein 1813, op de plaats waar later een kerk is gebouwd. Dat is nu het gebouw van de VNG. Later verkocht de koning het hele Willemspark en toen kwamen er villa’s rond het plein, waar ministers woonden en ambassadeurs.
Rond 1875 begint de stedelijke ontwikkeling. De Alexanderkazerne werd gebouwd, waar nu Couperusduin ligt. Dat bracht allerhande volk met zich mee. Officieren, soldaten, stokers, wasvrouwen. Je kunt het nog zien aan de straten. In de brede straten, de Riouwstraat en de Laan Copes, met de grote huizen woonden de hoge officieren, in de kleine straten en de hofjes het gewone volk.

We zitten intussen in de zon op een muurtje in de Riouwstraat. Frans laat een ansichtkaart zien van de Alexanderkazerne. Achter de poort lagen hoge gebouwen met drie verdiepingen. Er waren paardenstallen, hooizolders, soldatenverblijven. Op de binnenplaats lag een veld met zand, daar werden paarden getraind. Op het Alexanderveld aan de overkant, waar nu het politiebureau staat, oefenden de soldaten met paarden en kanonnen.

Rond 1910 werd het paleisje van Anna Paulowna afgebroken ten behoeve van het Vredespaleis. Het Tolhuis aan het begin van de Scheveningseweg werd opgeheven. De weg werd een vrije doorgaande weg naar Scheveningen voor dagjesmensen uit de stad. En de andere kant op voor vissersvrouwen die hun vis kwamen verkopen. De tolhekken zijn in 1924 verplaatst naar de Kerkhoflaan. Daar staan ze nu tegenover de Katholieke Begraafplaats, aan de ingang van de Scheveningse Bosjes.

We zitten op het muurtje van de flats aan de Riouwstraat, de plek waar in de oorlog een V2, afgevuurd in het Scheveningsebos richting Engeland, uit de koers raakte en terugkeerde.
‘Die V2’s waren raketten’, zegt Frans.’Weet je hoe lang die erover deden om in Londen aan te komen? Vijf minuten! Met die kennis hebben ze later de ruimteraketten gebouwd.’
Als je na de oorlog in 1945 op de Kerkhoflaan ging staan, met je rug naar het kerkhof, zag je een kale vlakte. De mensen uit de stad hadden alle bomen hier gerooid in de hongerwinter. Frans kwam hier in die tijd zelf als kind ook sprokkelen met zijn moeder.

In 1950 werd het stadhuis gebouwd naast het Alexanderveld. Nu ligt daar het witte complex van Bofill. Een ansicht van het toen nog nieuwe stadhuiscomplex vond hij in een kraampje op het Bankafeest deze zomer.
In deze buurt, zegt Frans, kun je nog zien hoe het er hier vroeger uit heeft gezien. Er zijn nog plekken waar alles hetzelfde is gebleven, zoals op de Joodse Begraafplaats. Precies nu wordt de muur om de begraafplaats hersteld. We klimmen op een boomstronk en kijken langs de afscheiding over de oude duinweide. Langs de Pioenweg, bij de Savornin Lohmanlaan is een klein reservaatje, daar kun je ook nog zien hoe Den Haag er vroeger uitzag. Daar kun je ook niet in, maar je kunt wel over het hek kijken om een indruk te krijgen.

MJH, september ’05