Ton van der Hulst

Ton van der Hulst en de R.K. Begraafplaats St. Petrus Banden én zijn passie voor M.G’s

Op de zeer verzorgde Begraafplaats St. Petrus Banden kwam ik Ton van der Hulst tegen. Hij viel me meteen op, omdat hij niet enkel en alleen met zijn werk bezig was en naar de grond gericht was, maar ook vriendelijk ‘omhoog’ en opkeek en contact maakte. Het is een prachtige begraafplaats met een rijke geschiedenis en mooie architectuur. Het is er niet eng of naargeestig, in tegendeel juist, het is er mooi, heel rustig en vredig. Het terrein omvat zo een 215 hectare (dat is veel) en is ontstaan rond 1829.

foto Karen Kommer

Ton van der Hulst werd op 9 mei 1949 in Den Haag geboren. Als enig kind werd hij opgevoed en dat was best een beetje saai, in de buurt van het Zuiderpark. Nu heet deze wijk ‘Rustenburg’. Hij heeft een echte katholieke opvoeding genoten tussen zo ongeveer zijn zevende en zijn tiende jaar. Je MOEST naar de kerk. Hij zat op een katholieke kleuterschool in de Herschelstraat. De hele straat en de hele wereld was voor zijn gevoel katholiek. Iedereen ademde katholiek! Tot en met de vijfde klas van de lagere school zat hij bij de broeders, op een bijzondere lagere school. Alleen maar jongens in de klas. Door de broeders werd het ook zo gebracht alsof het meer was dan een (gewone) algemene school. Er heerste een streng regime en dat was lang niet altijd leuk. Toen hij elf jaar was, merkte hij dat hij er toch een beetje genoeg van kreeg en wilde hij echt wat meer vrijheid in zijn doen en laten.
In dat laatste jaar, hij ging naar de zesde klas van de lagere school, besloot hij over te stappen naar een andere school. Dat was een opmerkelijke stap, die zijn ouders accepteerden. Het waren de roerige jaren zestig. Het werd een openbare school in de Weesperstraat.

Daar zat hij drie weken lang met een rood hoofd in de klas omdat er een meisje naast hem zat. Voor het eerst! Astrid van de Water heette ze. Haar naam vergeet hij nooit meer. Toen hij aan haar gewend was, vond hij het een stukje fijner. Eindelijk was er geen verplicht kerkbezoek meer voor school, waarvoor je ook nog eens zonder ontbijt de deur uit moest omdat je nuchter moest zijn.

Na de lagere school ontwikkelde zich bij Ton een interesse voor techniek. Hij ging naar de LTS op de Steijnlaan. Dat was leuk en nuttig. Hij hield zich bezig met instrumentenleer; precisiewerk want er moest op de 1000ste millimeter worden gewerkt. Daarna was de MTS op de Leyweg een logische stap, werktuigbouwkunde. Met twintig jaar had hij het diploma van de MTS op zak.

Tons vader was autorestaurateur en dat wilde hij eigenlijk ook worden. Maar in de jaren zestig wilden de mensen het liefst een nieuwe auto kopen zoals een Opel kadet of een Volkswagen. Ton is toch oude auto’s gaan restaureren, met name MG’s.

Hij herinnert zich dat het voor zijn vader en het gezin in die tijd geen vetpot was.

Tons grote passie is grote, oude klassieke sportauto’s restaureren. Fijn sleutelen. Daarna, als de auto klaar is, erin rijden. Zijn twee dochters rijden echter liever in een nieuw karretje, niet zo gammel en waarin de verwarming brandt. ‘Vrouwen zijn toch veel praktischer en bijdehanter aangelegd!’

Een andere passie van Ton is muziek maken. In de jaren 1966-1986 speelde hij basgitaar in het bandje ‘Fellow Five’. Ze hadden vele optredens. Nu heeft hij helaas nog maar weinig tijd om basgitaar te spelen.

Op een goede dag vroeg een vriend hem of hij niet eens wat kon sleutelen bij de R.K. Begraafplaats St. Petrus Banden. Daar waren nogal wat benzinemotoren in gebruik.

Het werd een vaste baan. Als technicus viel hij eigenlijk een beetje buiten de boot, immers de anderen waren tuinlieden die zich bezig hielden met de aanleg en het onderhoud van de graven. Hij werd er aangenomen om zijn technische kennis die hij gebruikte om graafmachines en transportwagentjes te laten draaien. In een aparte werkplaats in de linker buitenste hoek op het terrein kon hij zijn gang aan.

Niet lang daarna ontmoette hij zijn vrouw Marijke Kester op het kantoor van de Begraafplaats. Ton was veel buiten aan het werk en zij zat binnen op kantoor dus ze zaten niet continu in elkaars buurt. In 1976 zijn ze getrouwd. Ze hebben twee knappe dochters, Barbara en Suzanne, respectievelijk 25 en 23 jaar. Bijzonder is dat hun dochters als enigen zijn gedoopt in de kapel op de begraafplaats, door pastoor Hofstee van de parochie St. Jacobus in de Parkstraat.

Nog tamelijk jong en onverwacht werd Ton op 28 jarige leeftijd, chef van de Begraafplaats door overlijden van zijn voorganger. Hij was de jongste chef van Den Haag. Toen hij in 1978 chef werd, werkten er vijf mensen. De stichting R.K. Begraafplaatsen te Den Haag (hierna de Stichting) bestond toen nog uit twee begraafplaatsen, namelijk: St. Petrus Banden en St. Barbara in de Binckhorst. Veel parochiële begraafplaatsen beheerden de begraafplaats vroeger zelf. In de loop van de tijd heeft de Stichting vijf begraafplaatsen overgenomen. Het werk wordt nu dus op zeven begraafplaatsen gedaan maar alleen van de Begraafplaats St. Petrus Banden en St. Barbara is de Stichting eigenaar. In de loop van de tijd is er bij de werknemers veel expertise opgebouwd. Zo staat veiligheid van het personeel (én bezoekers) nu voorop; het begrip Arbo telt. Nu werken er tien mensen buiten en vijf mensen op kantoor.

Ton van der Hulst: ‘Onze mensen pakken eigenlijk alles aan als en waar dat nodig is. Op een bepaald moment hebben ze een groen tuinpak aan en op het andere moment een mooi blauw kostuum om daarmee de koffie en de limonade in te schenken’.

Ton is er verantwoordelijk voor dat het buitengebeuren goed loopt. Hij wil het liefst als een sporttrainer zijn en ervoor zorgen dat de mensen in het werk beter gaan functioneren. Hij wil graag iets uit ‘zijn’ mensen halen en ze ook vrij laten. De tuinwerkers leren ook omgaan met cliënten en leven mee met de rouwenden. “Aan medelijden hebben mensen niets, wel aan medeleven”.

Sinds 1979 wonen Ton en Marijke in de dienstwoning naast de Begraafplaats. Het is een idyllisch en uniek huisje gelegen tegenover de Scheveningse Bosjes. Zelf vinden ze het net een Hans en Grietje-huis.

Als Ton van kantoor naar huis gaat, neemt hij zijn agenda mee. Dan is het al na vijven of het is weekend. De planning kan thuis doorgaan als er gebeld wordt, de telefoon is van kantoor overgezet naar thuis: “Wat wilt u precies en wilt u er een misdienst bij?” In de kapel, die niet kerkelijk is, mag méér dan tijdens een uitvaartdienst in een eucharistieviering in de kerk. ‘Dat accepteren veel mensen tegenwoordig niet meer. Mensen willen hun eigen programma realiseren. Dat kan in de kapel hier, al kan natuurlijk ook niet alles! Hij herinnert zich een oudere dame die stierf waarbij haar paard mee liep naar haar graf. Overigens zat toen een rijlaars achterstevoren in de stijgbeugel en dat betekent eigenlijk dat je voorgoed bent afgestapt’.

Ton doet zijn best mensen hun verdriet even te laten vergeten, op het moment dat ze een graf komen uit zoeken: ‘Ik heb nog steeds moeite met de verkoop van een grafplaats. Mensen vragen weleens waar de zon opkomt en waar hij onder gaat? En of er een boom bij staat of niet?’

Zijn moeder ligt hier ook begraven. Elke ochtend zegt hij haar even goedemorgen. Zoals bekend bevinden zich op St. Petrus Banden graven van beroemde mensen, waaronder de schilder Jan Toorop, de schrijver, acteur en regisseur Dimitri Frenkel Frank, mr. J.M.L. Cals, die vele jaren minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen was en minister-president van 1965 tot eind 1966 en actrice Guusje Nederhorst. In de mooie beukenlaan ligt het graf van de familie Vroom, bekend van Vroom en Dreesman. Deze bijzondere graven zijn vaak ook met mooie gedenktekens omringd.

Als iemand toen Ton twintig jaar was, tegen hem had gezegd: ‘Jij gaat later op een begraafplaats werken’, zou hij geantwoord hebben: ‘Je spoort niet. Ik heb nog nooit een jong iemand horen zeggen dat hij in de uitvaartbranche wil gaan werken’.

Jacqueline de Vreese, maart 2007